Logo Vredegerechten Gent

Gerechtelijke procedure

 

Hierna vindt u een uiteenzetting over het verloop van een gerechtelijke procedure bij wijze van algemene regel. U wordt er niettemin op gewezen dat er in de vredegerechten kleine verschillen kunnen zijn in het verloop van de procedure zodat u ingeval van twijfel, best informatie kan inwinnen op de griffie of de website van het vredegerecht waar u een procedure wenst te voeren.

 

Wat is het begin ?

Alvorens u een gerechtelijke procedure overweegt, is het aangewezen uw tegenpartij in verzoening op te roepen bij de vrederechter. Dan kan door een eenvoudig verzoek te richten aan de griffie, met korte opgave van de aard van het probleem en de identiteit van de op te roepen personen. Onder de rubriek ‘Documenten’ kan u een voorbeeld vinden van een verzoekschrift. Korte tijd nadien zullen de partijen worden uitgenodigd op het bureau van de vrederechter (dit is ‘in raadkamer’ en dus met gesloten deuren) om te pogen tot een minnelijk akkoord te komen. Deze verzoeningsprocedure is volkomen kosteloos en vermijdt een soms lange en duurdere gerechtelijke procedure. Voor een gedetailleerde uitleg over de verzoeningsprocedure, zie de rubriek ‘Info – Procedures’.

 

Op welke manier wordt een gerechtelijke procedure gestart ?

Als u dan toch moet procederen voor de vrederechter, dan kan u die procedure (al naargelang de aard van het geschil) op drie verschillende manieren inleiden: bij verzoekschrift, bij dagvaarding of bij vrijwillige verschijning.

1. In een beperkt aantal gevallen (bijvoorbeeld in huurzaken) voorziet de wet dat de procedure kan worden ingeleid door middel van een verzoekschrift. Dit is een document waarin de initiatiefnemer, de verzoeker, duidelijk maakt wat hij of zij van iemand anders eist en op welke gronden. Het verzoekschrift, waarin bepaalde wettelijk verplichte gegevens moeten vermeld worden (zie art. 1344bis Gerechtelijk Wetboek), wordt met een attest van woonplaats van de op te roepen personen (maximum vijftien dagen voordien door de gemeente afgeleverd) op de griffie van het vredegerecht neergelegd. (zie de rubriek ‘Documenten’ – Procedures)

Nadat de verzoekende partij aan de griffie de kosten van rolrecht betaald heeft (daarvoor moet een document ingevuld worden – zie voor de tarieven en het document de rubriek ‘Documenten’), worden alle partijen bij gerechtsbrief opgeroepen om op het vastgestelde tijdstip voor de rechter te komen. Een exemplaar van het verzoekschrift wordt daarbij toegestuurd aan degene wiens veroordeling gevraagd wordt. De kosten van een procedure opgestart door een verzoekschrift, in de gevallen waar dit kan, is een stuk lager dan bijvoorbeeld een procedure via een dagvaarding.

2. Voor het instellen van een procedure voor de vrederechter is echter dikwijls een dagvaarding verplicht.

Dit is een document waarmee de gerechtsdeurwaarder op verzoek van degene die een uitspraak van de rechter wil bekomen, iemand anders (diegene tegen wie de veroordeling gevraagd wordt) oproept om op een bepaald tijdstip voor de rechter te komen (men noemt dit "betekening").

De kosten van dagvaarding zullen door de verzoekende partij vooraf aan de gerechtsdeurwaarder moeten betaald worden. Als die partij gelijk krijgt, zal de in het ongelijk gestelde partij haar die kosten moeten terugbetalen. De gedingkosten kunnen worden verdeeld onder de partijen die gedeeltelijk in het gelijk en in het ongelijk werden gesteld.

3. Voor alle geschillen die tot de bevoegdheid van de vrederechter behoren, kunnen de partijen een procedure opstarten met een gezamenlijk verzoekschrift tot vrijwillige verschijning  (zie art. 706 Gerechtelijk Wetboek).

Dit verzoekschrift moet in origineel gedagtekend en door alle partijen ondertekend zijn. Het kan rechtstreeks op de griffie afgegeven worden.

Op vraag van minstens één van de partijen of indien de rechter dat noodzakelijk acht, roept de griffier met een gewone brief de partijen op voor een zitting binnen de vijftien dagen na het verzoek. Door vrijwillig te verschijnen vermijden de partijen dat zij de kosten van een dagvaarding moeten vooraf betalen of terug betalen.

 

Wat gebeurt er op de openbare zitting ?

Op de dag van de inleiding van de zaak dient u, of u nu verzoekende/eisende partij of verwerende partij bent, naar de openbare terechtzitting te komen. U kan dit zelf doen of u kan zich laten vertegenwoordigen door een advocaat of ook nog door een familielid. In dit laatste geval moet u daartoe wel een schriftelijke volmacht hebben die op de zitting door uw vertegenwoordiger aan de vrederechter moet worden voorgelegd (zie de rubriek ‘Documenten’ – Volmacht). Let op, vertegenwoordiging door bv. een vriend, een kennis, uw partner waarmee u niet gehuwd bent of niet wettelijk samenwoont is niet mogelijk. 

Rechtspersonen (bv. vennootschappen, verenigingen) moeten vertegenwoordigd worden door een advocaat of door een volgens de statuten bevoegd persoon. De meest recente statuten moeten voorgelegd worden. Let op, een werknemer kan de rechtspersoon niet vertegenwoordigen, ook niet met een volmacht.

Zo u niet tijdig aanwezig kan zijn, verwittigt u daarvan best de griffie en dit zeker voor de terechtzitting aanvangt. Op die manier vermijdt u dat de zaak onbepaald wordt uitgesteld, dan wel (indien u verwerende partij bent) u bij verstek veroordeeld wordt. Een veroordeling bij verstek betekent immers dat met uw standpunt geen rekening kan worden gehouden.

Tijdens de openbare terechtzitting wacht u tot uw zaak wordt afgeroepen. Eens afgeroepen kan u vooraan bij de rechter uw zaak uiteenzetten en de bewijsstukken waarop u uw vordering steunt voorleggen. Het is noodzakelijk dat een zitting ordentelijk verloopt wat inhoudt dat u respect hebt voor uw tegenpartij en er op gematigde toon wordt gesproken. Verwijten, onbeleefdheden, roepen en dergelijke worden niet getolereerd en bij ernstige overtreding van deze regel, kan de vrederechter de gepaste maatregelen nemen.

Voor een goed verloop van de procedure, is het heel belangrijk dat u elk stuk dat u van belang acht voor het staven van uw vordering of voor uw verweer (bv. bewijs van betaling), op de terechtzitting bij u hebt. De vrederechter kan geen rekening houden met stukken die niet kunnen gecontroleerd worden. Het beste is dat u deze documenten nummert en klasseert in een kaftje met een korte inventaris.

U moet zich goed realiseren dat de procedure in openheid verloopt. Dit betekent dat u verplicht bent al uw documenten die u gebruikt om te overtuigen en ook uw desgevallend opgesteld schriftelijke standpunt vooraf aan de tegenpartij of aan de advocaat over te maken. U kan de tegenpartij niet verschalken met documenten die niet gekend zijn, zelfs al veronderstelt u dat deze wel gekend zijn. Dit is een elementair principe voor het voeren van een procedure en als u zich daar niet aan houdt, riskeert u dat ofwel de zaak uitgesteld worden dan wel dat geen rekening wordt gehouden met uw documenten.

 

Hoe verloopt de procedure verder ?

Als de verwerende partij (d.i. de partij die gedagvaard of opgeroepen werd) niet verschijnt, kan verstek en vonnis gevraagd worden. Het verstek zal genoteerd worden en er zal na een termijn die wettelijk vastgelegd is en u door de rechter meegedeeld wordt, een vonnis uitgesproken worden.

Als de verwerende partij wel verschijnt, kan de zaak op dezelfde zitting dan wel op een latere zitting behandeld worden.

Een zaak kan op dezelfde zitting behandeld worden als ze bv. door de verwerende partij niet betwist wordt, als de zaak niet ingewikkeld is of als partijen vinden dat de vrederechter vooraf een onderzoeksmaatregel moet bevelen (bv. een plaatsbezoek of deskundigenonderzoek). Het is de vrederechter die naargelang de omstandigheden oordeelt wat mogelijk is.

Als de zaak te complex is om onmiddellijk te worden behandeld of wanneer de tegenpartij zijn of haar verweer schriftelijk wenst te formuleren, kan op de inleidingszitting een zogenaamde “conclusiekalender” worden afgesproken. U vindt dergelijk formulier onder de rubriek ‘Documenten’. Samen met uw tegenpartij en desnoods geholpen door de vrederechter, komt u termijnen overeen binnen dewelke elke partij zijn schriftelijk verweerschrift (‘conclusie’ genaamd) op de griffie moet hebben ingediend én aan de tegenpartij hebben overgemaakt (zie art. 747 Ger.W.). De termijnen die werden afgesproken, zijn bindend zodat u dit strikt in acht moet nemen. Ook hier geldt dat u alle documenten die gebruikt worden en die u ter griffie hebt neergelegd, aan de tegenpartij in kopie moeten overgemaakt worden.

In sommige omstandigheden kan een zaak ook onbepaald uitgesteld worden (d.i. naar de algemene rol worden verwezen) en dan dient u zelf via de griffie initiatief te nemen om de zaak weer op een zitting te laten fixeren.

Na verloop van al die termijnen zal dan de zaak op de door de vrederechter meegedeelde dag, door de partijen worden gepleit. Dit betekent dat partij op die dag hun argumenten mondeling uiteen kunnen zetten en dat de vrederechter daarover vragen kan stellen.

Eens de zaak gepleit en de overtuigingsstukken zijn overhandigd aan de vrederechter, neemt deze de zaak ‘in beraad’. Dit betekent dat de vrederechter de zaak zal bestuderen, alle opgeworpen argumenten zal onderzoeken en uiteindelijk een vonnis zal uitspreken. Het vonnis volgt doorgaans binnen de maand nadat de zaak werd gepleit. Partijen (of de advocaat) krijgen een afschrift van het vonnis via de post.

 

Wat gebeurt daarna ?

Eens u het vonnis hebt ontvangen, is de taak van de vrederechter afgelopen.

Het is aan de partijen om, volgens de bepalingen van het vonnis, de zaak verder af te handelen.

Diegene die ongelijk kreeg in het vonnis, zal op verzoek van diegene in wiens voordeel het vonnis werd uitgesproken, een afrekening krijgen. Als dit niet vrijwillig nagekomen wordt, kan dit door middel van een gerechtsdeurwaarder afgedwongen worden maar let op, dit brengt weer extra kosten mee.

Tenslotte, als het vonnis bij verstek werd uitgesproken, kan de bij verstek veroordeelde partij binnen de maand na betekening van het verstekvonnis, door middel van een document dat door de gerechtsdeurwaarder wordt betekend, verzet aantekenen. De zaak wordt dan opnieuw behandeld en beoordeeld.

Voor diegene die in het ongelijk werd gesteld, is er in bepaalde gevallen hoger beroep mogelijk, ook binnen welbepaalde termijnen. Daarvoor dient u zich vooraf te informeren.